De markante geschiedenis van de Flanellen (door Kees Maes)

1966: Dit jaar kan aangerekend worden als het jaar waarin Peter van Beek en Kees Maes het op hun muzikale heupen kregen. Beide heren zijn opgegroeid in een muzikaal gezin en kregen van daaruit ook de nodige muzikale stimulansen. Het kon dan ook niet uitblijven, dat uit het brein van dit tweetal de nodige muzikale creativiteit zou ontspruiten. Vele avonden werden belegd om te komen tot een flitsende start van een mogelijk twee-mans orkest. De diverse pintjes en gebakken eieren dienden daarbij als spirituele en fysieke ondersteuning. Hun grote inspiratiebron was destijds het ludieke en vermaarde Kermisorkest Nelis en Bart; een ongekroond humoristisch smartlappenorkest. Dit orkest bevatte een accordeon (in de volksmond trekzak genaamd) en een slagwerker. Het toeval wilde dat Kees Maes uit de erfenis van zijn opa een accordeon had betrokken en Peter van Beek vanuit zijn agrarische achtergrond toen al bijzondere belangstelling voor dieren had, met name voor varkens en wel de blaas ervan. Met zijn improvisatie- en creatieve talent timmerde hij een drumstel in elkaar, bespannen met echte varkensblaas-vellen. Het orkest van kleinschalige omvang was geboren; de eerste repetities duurden gemiddeld zo'n 4 tot 5 uur en vonden plaats in het wagenhuis van Jan Maes aan de Groenstraat in Teteringen. Het repertoire werd in no-time op- en uitgebouwd en bestond hoofdzakelijk uit onvervalste, authentieke Brabantse nummers, overgenomen uit de "zingende" volksmond van de destijds oudere generatie. De gekozen orkestnaam "De Speulballen" was typerend en illustrerend voor dit tweetal grondleggers van de later hieruit voortkomende blaaskapel "De Flanellen".

De eerste optredens kondigden zich aan en speelden zich af binnen het hechte Teteringse verenigingsleven: De pluimveefokvereniging, de Torenezen (de eerste Teteringse buurtcarnavalsvereniging) én de topavond (maandagavond) van het Carnaval van Teteringen. Ondanks de geringe en gebrekkige mechanische versterking van dit orkest trof het muzikale en emotionele effect zeker niet minder haar doel. De sfeer steeg vaak tot grote hoogte, zeker ook dankzij de carnavaleske en humorischtische inslag van "DE SPEULBALLEN". Deze tweemansformatie speelde van '66 t/m '71 in deze bezetting. Vanaf 1971 is deze bezetting geleidelijk aan uitgebouwd tot wat zij nu is: een 7- mans-formatie, uniek in zijn soort en 30 jaar "SPEULBALLEN"-genot.

Toch reikten de muzikale en carnavaleske aspiraties van Peter en Kees verder dan alleen de "SPEULBALLEN". Geïnspireerd door een aantal toenmalige blaasorkesten (o.a. de pas opgerichte Teteringse Boerenkapel) vatte bovengenoemd tweetal het idee op om zelf een blaaskapel te formeren. Rond 1970 vond er een geleidelijke overgang plaats naar een blaasorkest. De bezetting bestond destijds uit Wim Gerritsen (grote trom), Ton Damen (kleine trom), Kees van Oerle (ventieltrombone), Kees Maes (accordeon) en Peter van Beek (klarinet). Bij zittende optredens speelde Gerard den Nijs zelfs nog op basgitaar. Grootste succesnummer was toen: "Nooit meer doen". Uitbater Henk Heestermans ("den Henk") heeft er nachten van wakker gelegen. Al snel breidde dit orkest zich uit naar de volgende formatie: Peter van Beek (klarinet), Ton Damen (trombone), Wim Gerritsen (grote trom), Wim de Jongh (kleine trom), Herman Akkermans (trompet), Kees Maes (sousafoon) en Jos Kok (banjo).

Opgetreden werd er in een lange flanellen witte onderbroek, omdat ook de naam van dit spelende orkest DE FLANELLEN werd genoemd. Deze naam werd ontleend aan de destijds typische ondergoed-dracht van een aantal agrariërs. Wanneer deze boeren zondags na de hoogmis hun borreltje nuttigden in café Polderzicht naast de kerk, zag je onder de tafeltjes de witte onderbroekspijpen onder hun zondagse pak uitsteken. Dit leverde vaak een ludiek contrast op met de blauw-paarse gezichten boven de tafel.

Voornamelijk de oude feestseries stonden hoog in het vaandel en onder het motto hoog, wijd en hard veroverde dit orkest langzaam maar zeker de harten van vele dorpsbewoners. Het orkest kreeg spoedig uitbreiding met Theo Swolfs op klarinet, Mart Pijpers op trombone, Jack Maes en Henk van den Berg op bariton-tuba. Henk van den Berg speelde in zijn beginperiode nog enige tijd trompet en was veruit de enige muzikant met notenkennis. De overige leden waren autodidact en vergaarden hun muziekkennis via het gehoor, voorzingen, Chinees muziekschrift en van-horen-zeggen. De repetities werden verdubbeld, van één naar twee keer per week. Het bakhuis van Jan Maes aan de Groenstraat werd omgetoverd tot repetitielokaal; de varkens ernaast moesten wijken voor een grondige uitbreiding van dit lokaal. De trompetsectie werd uitgebreid met Martin Maes die op veertienjarige leeftijd zijn muzikale vuurdoop kreeg middels een optreden bij de familie Verschuren (petroleumboer) aan de Hoolstraat. Het podium was in de bedstee gebouwd en met orkest en familie samen was het met 40 man dolle pret in een veel te klein kamertje.

Peter van Beek nam na vele jaren afscheid en ging zijn talenten beproeven in Utrecht (veeartsenij). Tom Maes nam zijn plaats op klarinet over. Inmiddels kreeg de oprichting van dit orkest, wat op zich zelf in Teteringen al een stunt betekende, steeds meer vaste vorm. Dit orkest maakte met haar muzikaal en theatraal geweld in het dorp, maar ook in de nabije omgeving veel emoties los. Tot dan toe was er bijna een wekelijks optreden te bewonderen, voornamelijk in Teteringen zelf.

Er werd kontakt gezocht met de toenmalige dorpspastoor Willem Oomen en hem werd vriendelijk verzocht de verjaardagen door te geven van zijn beminnelijke parochianen. Deze herder zag een onverwachte serenade bij zijn "schaapjes" wel zitten en overhandigde "DE FLANELLEN" zijn verjaardagskalender. Dat hebben ze in Teteringen geweten !

DE FLANELLEN belden aan, de deur werd geopend, een voet werd er tussen gezet en het orkest speelde met windkracht 13 het aanwezige servies van tafel. Veel goodwill is destijds gekweekt, temeer omdat alle FLANELLEN zowel op muzikaal, als sociaal-maatschappelijk en het politieke vlak hun mannetje stonden in het dorp.

Teteringen had met de FLANELLEN zijn beste ambassadeurs in huis en tot op de dag van vandaag is dit in een niet aflatende stijl door hen waargemaakt.

Peter van Beek ontwierp een eigentijds en pakkend logo wat bij aankondigingen in de pers en bij verslagen in het plaatselijk dorpsblad Allerlei werd en nog steeds wordt geplaatst. Ook kregen DE FLANELLEN destijds begeleiding van enige Teteringse schonen, die als verrassende dansgroep figureerden. (Lidia, Addie, Annet en Els, een betoverend kwartet !)

 Carnaval beleefde in die jaren haar hoogtij, mede dankzij de niet aflatende inzet, creativiteit en muzikaliteit van deze groep muzikanten. Optredens begonnen 's morgens en eindigden 's nachts, wanneer driekwart van het orkest met losse tanden en bebloede lippen op het podium stond. Het waren de carnavalsjaren dat het orkest overnachtte op de zolder van hun repetitielokaal en deze week doorbrachten met vier rekken hard gekookte eieren, 3 dozen frikadellen en nog enkele dozen levensmiddelen geleverd door de plaatselijke middenstand.

Er ontstond een vriendenclub, een sfeer die ook in hun muziek duidelijk voelbaar en zichtbaar was. Het oude café "Polderzicht" van Toontje Geerts fungeerde in die jaren als verzamel- en terugkeer-basis bij optredens, concerten enz. Toon zijn café floreerde als nooit tevoren. DE FLANELLEN waren kapitale afnemers van het kostelijke gerstennat, frikadellen en haantjes-in-plastic. 's Zaterdags werd in Polderzicht het bier (beugelflessen) in een oude bakfiets opgehaald en naar het repetitielokaal vervoerd. (DE FLANELLEN liepen destijds 1 op 1). Van het statiegeld werd een authentieke juke-box aangekocht, die later als legnest voor een kip dienst deed en nog later omgebouwd werd tot toiletpot. Uit eerbetoon voor het toenmalige meest sfeervolle dorpscafé componeerden DE FLANELLEN een aantal "Toon-Geerts marsen"; deze werden ingelijst en de primeur vond plaats rond de jaarwisseling op de verjaardag van Toon en Lisa (zijn echtgenote).

Een fantastische nieuwjaarstraditie begon gestalte te krijgen met het spelen op oudejaarsnacht vanaf de vijftig meter hoge kerktoren. Tot in de verre omgeving zijn deze nieuwjaars-klanken gehoord. Tijdens dit nachtelijk gebeuren stroomde de Teteringse bevolking massaal bijeen om te genieten van een warme kop snert, klaargemaakt door tante Nel (moeder van Flanel Jack Maes) in een oude melkbus! Muziek ging gepaard met een spetterend vuurwerk en de zo ontstane sfeer werd met honderden mensen voortgezet in een supergezellige, informele sfeer in het Bakhuis; het integere , vermaarde repetitielokaal van DE FLANELLEN. Deze nieuwjaarstraditie zette zich voort tot het moment dat Teteringen een centraal antennesysteem op de toren installeerde en er zodoende geen plaats meer was voor dit orkest. Toch wilden DE FLANELLEN de Teteringse bevolking trakteren op een origineel nieuwjaarsconcert. Het kostte dit orkest dan ook geen enkele moeite om een muzikale rondwandeling (± tien uur durend) te organiseren. Bij vele Teteringse families stond de deur al uren van tevoren open om het orkest te trakteren op een stevige nieuwjaarsborrel, soep of andere versnaperingen. Doch echter de leeftijd, het gewicht en de conditie van de mannen gingen een woordje meespreken en de rondwandeling werd vervangen door een rondrit op een boerenkar bestuurd door Jan Maes sr. op de tractor, die eigenlijk tot dan toe beter richting met een paard kon geven dan met een tractor. Vanaf ± 1986 zijn ook deze rondritten vervangen door de nieuwjaarsconcerten in Zaal'73, die een heerlijke familiaire, ontspannen sfeer uitstralen.

Terug in de tijd: Het eerste lustrum (5-jarig bestaan) kondigde zich aan (1976) en dit zou groots gevierd gaan worden. Na maanden voorbereiding barstte een geweldig feest los in en rondom een feesttent gelegen in de achtertuin van café Polderzicht. Een originele receptie, kapellenfestival, dorpsspelen voor kinderen, toneel voor bejaarden, jubileumconcert, etc, etc, stonden op het feestprogramma. In grote getale gaf het dorp acte de présence. Het werd een feest om je vingers bij af te likken. Speciaal voor dit feest hadden DE FLANELLEN zich kaal laten scheren (coupe Flanel), tot grote hilariteit van verschillende ouders en vriendinnen. Deze coupe Flanel maakte kennelijk zo'n indruk dat vele Teteringenaren (waaronder de plaatselijke bakker) zich lieten knippen en scheren op het trottoir voor kapperszaak Jantje Joossen. Tijdens dit lustrum overhandigde de familie van der Wiel tot ieders grote verbazing DE FLANELLEN een echt vaandel met daarop een lange flanellen onderbroek-met-kantjes gestikt.

Rond 1976 was het Bakhuis (repetitielokaal) toe aan een nieuwe uitbreiding c.q. renovatie. Flanel Willem Gerritsen sleepte de bouwmaterialen aan en met vereende krachten werd het repetitielokaal op verantwoorde, bescheiden wijze uitgebreid, zodanig dat het antieke buffet van Willem van den Wijngaart (ouduitbater van Polderzicht) een waardige plaats kreeg in dit Bakhuis. DE FLANELLEN hadden een echte "volwassen" thuisbasis. Jaarlijks werden er onderlinge ludieke St. Nicolaasavonden georganiseerd en zelfs de Paashaas wist dit bakhuis te vinden bij het uitdelen van zijn eieren. Rond 1977 trachtten DE FLANELLEN hun muzikale talenten ook buiten de provinciegrens te etaleren: Nieuwvliet, Groede, Antwerpen. Vooral aan de laatstgenoemde plaats hebben zij goede herinneringen overgehouden. De alom vermaarde Vogeltjesmarkt is meerdere keren het muzikale doelwit geweest van deze kapel. De ter plaatse aangewezen begeleidende gendarmes werden in één middag tijd door deze kapel omgebouwd tot laveloos volgende Bourgondiërs. Bijzondere aandacht verdient ook de periode dat deze roemruchte kapel deelnam aan het bekendste muziekconcours voor carnavalskapellen in het zuiden des lands: Het Oele-Festival in Breda. op dit jaarlijks terugkerende festival hebben DE FLANELLEN hun naam en faam waargemaakt. Hun allereerste deelname betekende meteen al een zesde plaats muzikaal en de stuntprijs voor het carnavaleske gehalte. Het jaar daarop een tweede plaats. Plaats van handeling was destijds café Beurs-Modern op de grote markt van Breda. Deze accommodatie beschikte over een niet al te sterke etagevloer en zo gebeurde het dat tijdens het inspelen en vooral het uitbundig uitspelen van deze kapel de vloer een gevaarlijk verende beweging maakte; paniek onderin de festivalruimte: "stop, stop we storten in!". Déze noodkreet kreeg de kapel eindelijk tot stoppen. De festival-reglementen werden naar aanleiding van de Flanellen optredens jaarlijks bijgesteld, edoch deze kapel had daar een broertje dood aan en volgde vanzelfsprekend hun eigen creatieve gevoelens. De tijd was rijp om een kanjer van een muzikant aan te trekken, aangezien het zwaar-koper wel enige versterking kon gebruiken en de balans daardoor in het orkest tot meer evenwicht zou komen. Theo Romijn was het volgende "gelukkige slachtoffer". Deze ras-trombonist kwam uit een muzikale familie en zijn verschijning bracht een natuurlijke rust in de kapel. Theo kwam, zag en kwam niet meer van z'n plek af.

Rond de jaren tachtig behaalden DE FLANELLEN vele, vele ereplaatsen op dit festival (zelfs enkele malen glorieus winnaar). Dit tot grote vreugde van de plaatselijke bevolking, die jaarlijks in grote getale aanwezig was. Ten gevolge van deze eclatante successen stroomden de uitnodigingen binnen. Via het N.B.T.(Nederlands Bureau voor Toerisme) werden DE FLANELLEN als Nederlandse Muziekambassadeurs uitgezonden naar Frankrijk, België, Italië en Duitsland. Vooral deze buitenlandse avonturen zullen de leden van deze kapel en de bevolking aldaar nog lang heugen. Het waren topevenementen in dit glorieuze 25-jarig bestaan.

Spectaculaire stunts, zoals de stokbroodshow in Le Havre en de spaghetti-western in Turijn leverden de plaatselijke bevolking buikkrampen op van het lachen.

Ondertussen vonden er ook enkele mutaties binnen de personele bezetting van DE FLANELLEN plaats: Tom Maes, Wim Gerritsen, Mart pijpers en Theo Swolfs maakten plaats voor Peter Gemmeke(bariton-tuba), Nout Gemmeke (sax), Mart Damen (trombone) en William van Steen (klarinet, tenorsax). Met name met William van Steen haalde deze kapel een muzikant binnen van de eerste orde. Deze muzikale duizendpoot voegde aan het aanwezige potentieel duidelijk een nieuwe dimensie toe. Hij is langzaam uitgegroeid tot componist en arrangeur van deze kapel en levert op deze dubbel-CD zijn visitekaartje af.

DE FLANELLEN vertoefden rond 1980-1985 voor wat betreft hun personele bezetting in een wat woelig vaarwater. Mart Damen en de gebroeders Gemmeke verlieten de kapel na enkele jaren van trouwe dienst. Diverse sollicitanten voor een vacature brachten het niet verder dan één avond en één nacht in het Bakhuis en kwamen meer dood dan levend met een "kopstoot-gevoel" bij hun vrouwtje thuis aan. Alleen de sterken bleven: Hans Roeling, en Rinie van Haperen deden hun intrede bij dit gezelschap en niet zonder enig succes, want nog steeds speelt vanaf dat moment deze muziekkapel in dezelfde samenstelling.

Langzamerhand had iedereen binnen de kapel zijn stekkie gevonden en de taken waren goed verdeeld; Jack Maes als de betrouwbare oplettende penningmeester; Herman Akkermans als de secretaris (post, telegraaf, telefoon); Martin Maes verzorgt de fotoboeken en het filmmateriaal; William van Steen componeert en arrangeert; Rinie van Haperen maakt de lay-out voor affiches en reclamemateriaal; Henk van den Berg is de grote grimeur bij het muziektheater; Theo Romijn de instrumentenmaker; Hans Roeling de excellente geluidstechnicus en ook de enthousiaste opnameleider van de CD; Ton Damen en Willem de jongh verzorgen beide de bardiensten in het Bakhuis en Kees Maes heeft de algemene muzikale leiding in handen.

Ondertussen kreeg deze kapel regelmatig bezoek van de horeca-ondernemers die deze kapel met hun lekkernijen probeerden te paaien voor carnavalsoptredens. Hun meegebrachte drank en spijs werd hooglijk gewaardeerd en de daarmee gepaard gaande uitnodigingen gerelativeerd. Toch is ondanks alle buitenlandse euforie rond deze kapel, dit gezelschap het Teteringse carnaval trouw gebleven, getuige ook het feit dat zij reeds 25 jaar in de plaatselijke carnavalsoptocht op eigen wijze aanwezig is.

Humor, creativiteit, inventiviteit en organisatie werden gebundeld en getransformeerd naar ongeëvenaarde varieté-nummers. Deze nummers mogen beslist niet onvermeld blijven, omdat zij zo typerend zijn voor deze muziekkapel zoals: De boerenbruiloft; De oude mannen legende; Internationale zwaainummer; De muzikale gemeenteraad; Het Teterings symfonieorkest; Het zwanehok (een ballet uitvoering met Henk van den Berg en Wim de Jongh als solodansers); Arabische show met kameel, dit alles op diverse Oelefestivals. Verder het instant-concert bij Harmonie Euphonia jubileum; Een spectaculaire instrumenten imitatie tijdens een koffieconcert onder leiding van de gebroeders Theo en Cor van Steen; Als harmonie orkest op de fiets tijdens carnaval; Als middeleeuws blazers-ensemble tijdens de plaatselijke verkiezingsstrijd; Opening van het Bredase jazzfestival met Koning-Voetbal; De Jägermeisterstunt in Hannover (Duitsland); De tropical-limba show bij de Teteringse Durpsgasten: De postkoets en dorpscafé-taferelen bij het Totdenringse Theater van de Sik; Het middeleeuws circus van de familie van den Brillen uit St. Job in 't Goor bij de Teteringse Aftjeppers.

Bij al deze top-acts zijn de buik- en lachspieren danig op de proef gesteld en op hun elasticiteit getest. De Songfestivals, georganiseerd door de plaatselijke Algemene Carnavals Vereniging (AKV) nemen ook bij DE FLANELLEN een speciale plaats in. Onder het Flanellen-motto :"Komen, zien en winnen" zijn al vele juryleden bezweken onder de kwaliteit van de carnavalshits van de kapel. Een compilatie van enkele winnende nummers is ook op deze CD opgenomen ( zij zouden landelijk ongetwijfeld hoog scoren). Alleen het eerste winnende lied "Zikkie-Zakkie" met zang van Jack van Moergestel is op single verschenen, doch echter dit plaatje is niet als 45-toeren plaatje op de markt verschenen maar per vergissing als 33-toeren exemplaar afgemixed. Het wordt nu alleen nog maar in Bejaardentehuizen tijdens marathonpolonaises afgedraaid.

Vanaf 1986 vallen ook enkele opmerkelijke feiten te vermelden. DE FLANELLEN zelf hadden een prachtig orgel gefabriceerd, waarin zij zelf plaats konden nemen en met instrumenten erbij tot een heuse orgelklank kwamen.

Aangezien tijdens een terugreis van een buitenlandse trip het oude vaandel door een verdwaalde sigarettenpeuk in as was gelegd, werd er een nieuw vaandel ontworpen door Jolanda Romijn. Een werkelijk schitterende creatie die met eer en verve gedragen wordt door de twee vaste vaandeldragers van de kapel te weten Broeder Michael met carnaval en Kees Vrakking bij de overige belangrijke optredens.

In 1986 namen DE FLANELLEN wederom een initiatief om het plaatselijke carnavalsleven weer enig leven in te blazen. Er werd een carnavalsfeest op poten gezet voor 30-plussers, een gouden greep, zou naderhand blijken, omdat juist deze groep mensen het authentieke carnaval nog een warm hart toedragen. Het eerste jaar was meteen een eclatant succes. Zaal '73 stroomde vol en de bezoekers kregen er geen genoeg van. Tot op dit jaar (1996) bezoeken ruim 700 mensen dit oerdegelijke, supergezellige polonaise-feest, dat de toepasselijke naam KIELEBAL draagt.

Een speciale plek in het hart van DE FLANELLEN heeft café de Boskabouter veroverd. Vooral speciaal vanwege de Belgische sfeer die dit café uitstraalt, een sfeer die deze kapel bijzonder goed ligt en een sfeer die op een warme manier uitgedragen wordt door uitbaatster Ella en haar vriend Woutje.

In 1990 werd er een groot concours-hippique georganiseerd samen en tegen de bevriende blaaskapel de "Dsjokkies" uit Etten-Leur. Het concours werd verreden op Belgische trekpaarden met een bovenrugwijdte van ± 1,50 meter. Dat betekende voor vele muzikanten dat na een ronde draven desbetreffende persoon met takelwagen van het paard gehesen moest worden en ± 3 weken in een dwangbuis vertoefde om het kruis weer in de juiste anatomische stand te krijgen.

1991: Was het jaar van het vierde lustrum (20-jarig bestaan). Ook dit feest ging aan de gemeenschap niet ongemerkt voorbij. Organisatorisch schrikt deze kapel nergens voor terug en had voor deze gelegenheid onder andere een bijzonder kinderfeest in elkaar gezet. Kinderspelen uit Grootmoederstijd, origineel uitgewerkt en bezocht door meer dan 500 kinderen. 'S Avonds werd de gemeenschap een knalfeest aangeboden, waarbij men in een tent volop kon genieten van een Belgische avond en in de zaal kon swingen op de muziek van een prima soul orkest.

1992: Het jaar waarin Duitsland wederom kennis heeft kunnen maken met deze prima kapel. Op een internationaal muziekfestival schreef de Duitse pers deze kapel de hemel in:"De smaakmakers van het festival". De kapel had dan ook speciaal voor deze gelegenheid een humoristische modeshow-act geïmproviseerd. Het tweeduizendkoppige publiek was laaiend enthousiast. Uit dit optreden rolde het aantrekkelijke toernee naar Tsjecho-slowakije, hetgeen jammer genoeg door de kapel niet positief beantwoord kon worden vanwege drukke werkzaamheden.

DE FLANELLENDAG werd in het leven geroepen: een lekker dagje uit met vrouwen en kinderen, want júist aan deze groep heeft de kapel natuurlijk ook haar lange bestaansgrond te danken.

Eén van de grote acts was het bejaardenhuisnummer "Rust, Roest" op het zilveren jubileum van de "Dsjokkies" uit Etten-Leur. Ook hier daverden de lachsalvo's door de spiegeltent en zal Etten-Leur dit optreden nog lang heugen. Al met al is uitgerekend dat over de afgelopen 25 jaar DE FLANELLEN een kleine duizend optredens in binnen- en buitenland hebben verzorgd. Zonder iemand te kort te doen die de afgelopen 25 jaar DE FLANELLEN in woord en daad hebben ondersteund moet toch dank uitgesproken worden voor wijlen Jan en Jo Maes. Jan voor het beschikbaar stellen van zijn repetitieruimte (het Bakhuis) en Jo voor haar hectoliters koffie voor haar mannen tijdens de wekelijkse vrijdagavondrepetitie.

(Copyright tekst : Kees Maes 1996)

 

Laatste aanpassing : 01-10-1996